oefeningen variable subnetting
bij elke oefening:
Geef voor ELK subnet telkens
de netID en mask (slash notatie) en broadcast address.
Als je klaar bent met de subnetten: hoeveel ruimte is er nog over? (aantal adressen + begin- en eindadres(sen))
oefening 4:
Verdeel 195.39.70.0/23. Er is een hoofdkantoor met 60 hosts verbonden met 5 regio-kantoren met elk 12 hosts bepaal een bruikbaar adres-schema.
oefening 5:
verdeel 195.39.70.0/24 in 1 subnet (HQ) van 40 hosts en 7 frietkoten van 10 hosts;
zijn er genoeg adressen voor mogelijke groei?
-- groei van het aantal verkooppunten?
-- groei van het hoofdkwartier?
oefening 6:
Een verzekeringsmaatschappij in frankrijk wil een nieuw netwerk in gebruik nemen. Men heeft 104.10.128/17 gekregen van RIPE.
- In Parijs is nu een hoofdkantoor met 3500 hosts, en een trage voorspelde groei tot 5000 hosts binnen 5 jaar.
- Lyon is een groot regionaal hoofdkantoor met 580 hosts. (groei 50% max binnen 5 jaar)
- Bordeaux is een regionaal kantoor met 420 hosts. (groei 50% max binnen 5 jaar)
- Marseille is een kantoor met 140 hosts. (groei 20% max binnen 5 jaar)
- Er zijn nog 70 regiokantoren met het grootste 50 hosts, nauwelijks groei, ook geen extra kantoren gepland)
- Tenslotte zijn er nog 900 lokale kantoren met 1 host - Men voorspelt een groei van 70% binnen 5 jaar van het aantal kantoren.
Stel een subnettingschema voor dat de komende 5 jaar stand houdt.
oefening 7 - gebruik ospf
BowLong verkoopt bowlingbanen.
Ze hebben een centraal HQ met 74 hosts, en 4 remote sites, met 6, 8, 12 en 20 hosts.
De remote sites zijn verbonden met het HQ via 4 serial lines /30.
Hun RIPE-address ruimte is 188.23.49/24.
Gebruik var-subnetting om hun internetwerk te verdelen, teken uit in Packettracer en gebruik OSPF voor de routing.
oefening 8
Bij een bedrijf LOCKitUP waar buitenafsluitingen voor tuinen en parkings worden gemaakt is er
- 1 hoofdkantoor met 150 hosts
- 4 bijkantoren met 100 hosts
- 6 lokale verdeelcentra met telkens 10 hosts
en bovendien is er nog nood aan - 15 seriele verbindingen voor intersite communicatie.
Verdeel het netwerk 219.3.188.0/22 in de volgende subnetten:
1 x 150 hosts
4 x 100 hosts
6 x 10 hosts
15 x seriele verbinding met 2 hosts
oefening 9
distributieketen de winkellaar krijgt een private 10.8.0.0/18 net met 16384 addressen toegewezen door een moederbedrijf:
- wil 100 winkels met #20 hosts
- heeft 100 verbindingen nodig /30
- een hoofdkantoor #1800 hosts
moet uitbreidingsmogelijkheden hebben
-> dubbel zoveel winkels binnen 15 jaar
-> administratie 30% meer werknemers in HQ
oefening 10
gebruik variable subnetting (VLSM) om netwerk 172.23.16.0/22 op te splitsen in de volgende subnetten:
• 5 subnetten van 90 hosts
• 3 subnetten van 40 hosts
• 3 subnetten van 10 hosts
Geef voor ELK subnet telkens
de netID en mask (slash notatie) en broadcast address.
Hoeveel ruimte is er nog over? (aantal adressen + begin- en eindadres(sen))
maak deze oefening 10 in packet-tracer met OSPF met de volgende verdeling :
- 2 subnetten van 90 hosts
- 2 subnetten van 40 hosts
- 2 subnetten van 10 hosts
- sjabloon_oef10-subnetting_ospf [een sjabloon komt nu zeker van pas]
- heeft OSPF last van de LUS (rondraaiende pakketten)? zoek op waarom wel/niet (zie onderaan)
- staan er sommige router interfaces op ROOD in PT?
- wat gebeurt er als je 1 verbinding verwijdert? verandert de routing tabel? en van welke router(s)?
een mogelijke oplossing: sjabloon_oef10-subnetting_ospf-3
ter informatie: OSPF en Lussen
Binnen een Area synchroniseren alle OSPF-routers hun link state databases (LSDB) en voeren vervolgens het Shortest Path First (SPF) algoritme uit (alle routers hebben exact dezelfde topologie-informatie, maar stellen zichzelf in als root van de tree), zodat de berekeningen resulteren in loop-free shortest paths naar de verschillende bestemmingen. Dit is een zeer belangrijke eigenschap van link-state routing-protocollen.